De discussies rondom het invullen van het vier-ogen-principe met camera’s heeft absoluut geen rol gespeeld bij kinderopvang Pinkeltjesland in Rotterdam. Zij hebben namelijk al vier jaar camerabeveiliging. De intentie was veiligheid bieden voor de kinderen, praktisch worden de camerabeelden vooral gebruikt om van te leren.

Eigenaresse Barbara Gödeken begon na te denken over de beveiliging van de kinderdagverblijflocaties na de aanval op een kinderdagverblijf in België. ‘We beseften hoe eenvoudig het was om een kinderdagverblijf binnen te komen. Als iemand even niet oplet, sta je zo binnen.’  Barbara en haar collega-leidinggevenden besloten het anders aan te pakken. ‘Wij hebben twee kinderdagverblijven op de begane grond. Voor deze locaties hebben we videofoon aangeschaft zodat medewerkers altijd kunnen zien wie er voor de deur staat. En tegelijkertijd hebben we camera’s geïnstalleerd op de groepen en in de slaapruimtes.’

 

Geen Big Brother

Voor calamiteiten zijn de camerabeelden gelukkig niet nodig geweest,  maar handig zijn de opnames zeker. ‘Zo nu en dan toetsen wij het pedagogisch handelen. Uiteraard leggen wij onze medewerkers uit waarom, want het is absoluut geen ‘Big Brother’: we gaan niet continu de opnames bekijken om er achter te komen hoe zij hun werk doen. Wij gaan er namelijk van uit dat zij hun werk gewoon goed doen. In het begin moesten medewerkers heel erg aan het idee wennen, nu merken we dat ze het ook wel prettig vinden dat de camera’s er zijn. Het moet wel zo zijn dat je de beelden ook laat zien aan medewerkers. Want als mensen iets zien leren zij sneller dan na een uitleg.’

 

Hoe kom je over op een ander?

‘Een voorbeeld? Stel dat een leidster door folders bladert tijdens het brengen van de kinderen. Zij wil cadeautjes uitkiezen voor Sinterklaas, maar heeft niet door wat voor een indruk zij maakt op ouders die hun kind komen brengen. Zij weten niet hoe lang jij in die folders bladert en jij hebt geen idee hoe dat er uitziet voor een ander als je uitgebreid met foldertjes bezig bent terwijl de kinderen door de zaal aan het rennen zijn. Ik denk dat als je dat zelf ziet, dat je je dan wat bewuster bent hoe jij overkomt op een ander. Maar het kan ook iets ernstigers zijn, dat je de beelden even terug kan kijken om het juiste verhaal naar voren te krijgen.’

 

We leren er allemaal van

‘Praktische uitwerking is dat we de camerabeelden inzetten voor de training en ondersteuning van medewerkers. Af en toe nemen we een steekproef. Bijvoorbeeld bij het vrijspelen, het eetmoment, hoe verloopt het ophalen. Met het vrij spelen bijvoorbeeld: zijn ze actief bezig met de kinderen, mengen ze zich in de groep, wordt er een activiteit gedaan of laten ze de kinderen gewoon lekker spelen. Op het moment dat wij zien dat er wel wat meer interactie gewenst is, dan kaarten we dat zeker aan. Het belangrijkste is dat er over gesproken kan worden, dan leren we er allemaal van.’

 

Cameragebruik in opkomst

Barbara sluit af: ‘Ik merk dat mensen de ‘extra controle’ toch wel fijn vinden. Een paar jaar geleden was het nog heel erg nieuw. Nu hebben misschien ook nog niet heel erg veel kinderdagverblijven camera’s, maar je ziet toch dat het wel in opkomst is. Voor ons zijn de camerabewaking en de videofoons, gekoppeld aan een strikt deurenbeleid, voldoende. We kunnen niet voor de volle 100% alles voorkomen, maar daar waar het in onze macht ligt doen we het zeker.’